Pekela gekarteerd door Arnoldus Tideman

Door Raymond Uppelschoten op 14 maart 2010

Arnoldus Tideman Pekela1695-1702 Arnoldus Tideman wordt in 1667 geboren als zoon van Johannes Tideman sr., de Groningse ingenieur en landmeter. Arnoldus zelf volgt in zijn vaders voetsporen. Net als hij werkt Arnoldus onder andere aan de noordelijke projecten van vestingbouwer Menno van Coehoorn. Een enkele keer wordt Tideman ‘architect’ genoemd, maar hij is toch vooral bekend als ingenieur (ten minste vanaf 1697) en landmeter. Van zijn admissie zijn geen gegevens bekend, maar hij signeert zijn documenten als ‘geëxamineerd landmeter’. Hij trouwt met Catharina Burema.

Van Arnoldus Tideman zijn vele kaarten van de Groningse stad en ommelanden bekend. Veel daarvan zijn  overheidskaarten, die bijvoorbeeld de grenssituatie tussen Groningen en Friesland in kaart brengen, of kaarten van landerijen die in bezit zijn van de Staten van Groningen. Een bijzonder fraai voorbeeld van zijn administratieve èn tekenkwaliteiten, is het kaartenboek van de zogenaamde ‘groene en toegemaeckte landen der Peekel Aa’. Op basis van Groningse resoluties uit 1695 en 1696 levert hij in 1702 een kaartboek en legger van 56 folio’s waarvan er 50 beschreven zijn met de gebruikers van de ontgonnen landen langs de wateren het Peekel Hoofddiep en de Olde Aa. Van een groot aantal percelen is een detailtekening toegevoegd. Daarbij zijn de kleinere percelen met bebouwing uiteraard een stuk interessanter dan de lange, evenwijdige percelen van de uitgestrekte ontginningen. Maar een fraai historisch document blijft dit kaartenboek van Tideman, dat door het archief in Groningen integraal online is gezet.

Groninger Archieven, toegang 1468: Veenkantoor, inventarisnr. 264.

 

Nicolaas Stampioen, veelzijdige fabriek-landmeter

Door Raymond Uppelschoten op 9 maart 2010

1660-1721 Rond 1660 wordt Nicolaas Stampioen (1639-1741) geadmitteerd als landmeter door de Staten van Holland. Hij stamt uit een geslacht van belangrijke landmeters, cartografen, wiskundigen en instrumentmakers en is waarschijnlijk de kleinzoon van de landmeter en mathematicus Jan Jansz. Stampioen.

Kaart Stampioen Voorne

Zijn werkzame leven is een opeenvolging van aanzienlijke aanstellingen en opdrachten. Zo is hij tot 1721 schout van Kralingen en van 1661 tot 1721 in dienst van het Hoogheemraadschap van Schieland, als zogenaamd fabriek-landmeter. In een conflict over de waterstaat rond Culemborg, staat de Gravin van Culemborg erop dat Stampioen wordt ingeschakeld, zeer tegen de zin van de Dordtse landmeter Mattheus van Nispen, die in deze kwestie een andere oplossing voorstond. Tussen 1685 en 1696 examineert Stampioen de landmeters die door de Staten van Holland geadmitteerd willen worden. Behalve als landmeter laat hij zich ook gelden als mathematicus, bijvoorbeeld door in 1689 zitting te hebben in de commissie die een oplossing beoordeelde om de lengtegraad te berekenen. Ook leverde Nicolaas Stampioen de berekeningen waarop Steven Tacy een planetarium produceert.

De kaarten van Nicolaas Stampioen betreffen vooral de Hollandse waterstaat.

Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, toegang 111: Hoogheemraadschap van Schieland, oud archief, inventarisnrs. 1826 en 1836.

Regionaal Archief Rivierenland, toegang 321: Laagdijksheemraden Culemborg, introductie.

 

Jan Wapperom, landmeter en kaarttekenaar van de Zuid-Hollandse buitendijkse gebieden

Door Raymond Uppelschoten op 15 februari 2010

1784-1824 Jan Wapperom is landmeter en tekenaar van een kaart van de buitengronden van het Land van Essche onder Strijen, ten westen van de Biesbosch. De kaart is gedeeltelijk gekopieerd naar die van Adriaan van der Linden uit 1775. Jan beschrijft zijn kaart als ‘Nieuwelijks gecopieert en op een kleijnder voetmaat gebragt met de vermeerdere aanwassen, aanlegging van grienden, het bekaade van de Nieuwepolder er meede in en bijgevoegt in de jaare 1784 door mij als geadmiteerd landmeeter Jan Wapperom’.

kaart Merwede en Lek door Wapperom en Van Tienhoven ongedateerdIn Donkersloots Repertorium van Nederlandse Kaartmakers worden naast elkaar een vader en zoon Jan Wapperom genoemd, maar krijgt de vader geen eigen vermelding. Het valt niet mee om zonder uitgebreid onderzoek het werk van de vader te onderscheiden van de vermeende zoon Wapperom. Met een vermelde admissie van de vader in 1768, had deze tot zijn dood in 1828 (Papendrecht) een lang leven als landmeter. In 1814 schrijft de landmeter Jan Wapperom een memorie van het verdiepen van de haven van Ridderkerk, op bevel van kerkmeesters te Ridderkerk. Vader of zoon wordt ook in 1813 aangesteld als opzichter van de dijken en gorzen van de Goudswaard, of de Korendijk. Rond 1830 is in de archieven sprake van een landmeter H. Wapperom, maar alle vermeldingen van de Wapperom eind achttiende en begin negentiende eeuw, lijken van dezelfde Jan Wapperom te zijn . Wie meer weet, mag het zeggen…

Gemeentearchief Rotterdam, toegang 144: R.K. Parochiaal Armbestuur van Rotterdam, later Sint Laurensinstituut, inventarisnr. 1298.

Idem, toegang 1278: Hervormde Gemeente Ridderkerk, inventarisnr. 79.

Nationaal archief, toegang 3.21.08: Gecommitteerden en Rentmeesters Vlastienden, Dijken, Gorzen, Rietvelden en Schaftgelden van Goudswaard genaamd de Korendijk, zie introductie.

Idem, toegang 3.21.12: Archief van de NV Maatschappij Van Nassau la Lecq, inventarisnrs. 861 en 862.

Idem, toegang 4.FIDZ: Domeinkaarten afkomstig van het Ministerie van Financiën, inventarisnrs. 265 en 266.

Idem, toegang 4.KIVI: Atlassen, Kaarten, Tekeningen, Prenten en Foto’s van het Koninklijk Instituut van Ingenieurs, inventarisnr. 297.

 

Balthasar Florisz. van Berckenrode in Heemstede

Door Raymond Uppelschoten op 13 februari 2010

1629 Op 13 en 14 juni werken de landmeters Balthasar Florisz. van Berckenrode en Heyndrick Symons Duyndam op de grens van het duin van het St. Elisabethgasthuis en dat van de Heer van Heemskerk. Ze bepalen de grens, documenteren die uitvoerig en maken van de situatie ter plekke een schetskaartje.

Rijnland Amstelland 1625Het is een klein project voor Van Berckenrode, die als cartograaf vooral Noord-Hollandse polders graveert. Beide landmeters zijn dan al ruim twintig jaar aan het werk. Duijndam ontving zijn admissie in 1605 en Van Berckenrode waarschijnlijk rond dezelfde tijd; hij noemde zichzelf ten minste ‘gezworen landmeter’, maar een admissiedatum kennen we niet. Aardig detail van dit moment is dat de beide landmeters aan het werk zijn in Haarlem, terwijl Prins Frederik Hendrik het beleg slaat voor ’s-Hertogenbosch. Het beleg zal het onderwerp vormen van één van de grote wandkaarten van Van Berckenrode, uit datzelfde jaar.

Noord-Hollands Archief, toegang 3862: Heerlijkheid Heemstede, inventarisnr. 164.

 

De grote onbekende d’Ablincourt

Door Raymond Uppelschoten op 10 februari 2010

Kaart van dAblincourt van GorinchemEr zijn landmeters en kaarttekenaars die je een leven lang kunnen boeien en al die tijd volstrekte vreemden blijven. Mijn persoonlijke favoriet in dit obscure genre is C.F. d’Ablincourt. Zonder ooit echt goed onderzoek naar hem te hebben gedaan, houdt de man mij al tijden bezig. De reden? Zijn prachtige details van de bomen rond Gorinchem, op de enige kaart die ik van hem ken: die van de stad Gorinchem en omstreken (‘et ses environs’). Ik ben gek op goede boomtekenaars.

In Donkersloots Repertorium van Nederlandse Kaarttekenaars worden d’Ablincourt en zijn kaart van Gorkum kort aangestipt en werpt Donkersloot de hypothese op dat hij een militair ingenieur was. Een kort verkennend onderzoek in de stamreeksen van ingenieurs van die periode levert niets op. Of wel: er was geen d’Ablincourt in die periode officier bij het Korps Ingenieurs. Er zit niets anders op dan door te zoeken. Of om te genieten van de grote onbekende d’Ablincourt en zijn fraai gekleurde 62×93 cm met de prachtige bomen…

Nationaal Archief, online beeldbank.